Een gazon dat het hele seizoen mooi blijft: waar het vaak misgaat
Bij het inrichten van een buitenruimte gaat de aandacht meestal naar wat je koopt: de loungeset, de overkapping, de verlichting, de beplanting langs de rand. Het gazon is het vlak waar dat allemaal omheen staat, en juist daarom valt elke onregelmatigheid erin meteen op.
Een terras met een strakke rand naast een gras dat er in augustus vlekkerig bij ligt, doet het hele plaatje geen goed. En anders dan bij meubels of verlichting los je dat niet op met een aankoop achteraf.
De klassieke vergissing
Verkleuring in het gazon wordt bijna altijd eerst als droogte gelezen. Dat is logisch, want in juli en augustus is dat vaak ook de oorzaak. Maar er is een test die het onderscheid in twee minuten maakt.
Trek voorzichtig aan het gras op een verkleurde plek. Komt de grasmat als een los tapijt omhoog, met daaronder alleen kale aarde, dan zijn de wortels weg. Water helpt dan niet, want er is niets meer om het water mee op te nemen.
Graaf op diezelfde plek een kluitje uit. Dikke witte larven met een bruin kopje en zes pootjes, opgerold in een C-vorm, zijn engerlingen. Het zijn larven van kevers als de mei-, juni- of rozenkever, en ze eten precies datgene wat je gazon nodig heeft.
Een tweede signaal komt van bovenaf. Kraaien, eksters of spreeuwen die het gras systematisch openhakken, zoeken die larven. Datzelfde geldt voor verse woelplekken van egels. Het is vervelend, maar het is ook een gratis waarschuwing.
De aanpak zonder chemie
Voor de particuliere tuin zijn chemische middelen tegen bodemlarven in Nederland nauwelijks nog beschikbaar. Dat is voor een buitenruimte waar je zelf op blote voeten loopt en waar kinderen of huisdieren komen niet eens een gemis.
De gangbare biologische route loopt via nematoden. aaltjes tegen engerlingen zijn microscopisch kleine wormpjes die van nature in de bodem voorkomen en gericht keverlarven opzoeken. Ze dringen de larve binnen, geven een bacterie af en beëindigen zo de ontwikkeling. Voor mensen, huisdieren, bijen en regenwormen zijn ze onschadelijk, en er blijft niets zichtbaars of ruikbaars achter op het gras.
Voor engerlingen wordt doorgaans de soort Heterorhabditis bacteriophora gebruikt. Die is actief vanaf een bodemtemperatuur van ongeveer twaalf graden, wat het toepassingsvenster in de praktijk op het warmere deel van het jaar legt.
Drie voorwaarden waar het op vastloopt
Aaltjes zijn levende organismen, en dat maakt de uitvoering belangrijker dan het product.
Bodemtemperatuur. Meet in de wortelzone, niet in de lucht. Een simpele bodemthermometer voorkomt een behandeling die bij voorbaat kansloos is.
Vocht. Maak de bodem vooraf goed nat en houd hem daarna twee tot vijf weken vochtig. Droogt de bovenlaag uit, dan overleven de aaltjes niet. Dit is veruit de meest voorkomende reden dat een behandeling niets oplevert.
Licht. Uitzetten doe je in de vroege ochtend of de avond, of op een bewolkte dag. In de volle middagzon drogen ze uit.
Het uitzetten zelf stelt weinig voor: oplossen in water, roeren en gelijkmatig over het oppervlak verdelen met een gieter of een rugspuit. Fijne filters laat je weg.
Nazorg en preventie
Resultaat zie je meestal na twee tot drie weken. Bij een flinke aantasting is een tweede ronde verstandig. Het beschadigde gras herstelt zich niet vanzelf: zaai kale plekken in zodra de larven weg zijn, anders neemt onkruid die ruimte over.
Voor de langere termijn is het belangrijkste inzicht dat een gazon dat goed onderhouden wordt, veel meer schade verdraagt. Maai op vier tot vijf centimeter in plaats van kort, geef minder vaak maar dieper water, en bemest in het voorjaar en het vroege najaar. Een dichte grasmat met diepe wortels blijft aanzienlijk langer aantrekkelijk dan een strak kortgehouden vlak dat bij de eerste tegenslag doorschijnt.
Dat is uiteindelijk waar een buitenruimte om draait: dat het geheel er in september nog net zo verzorgd bij ligt als in mei.